Toerisme op z’n Chinees

18 juli 2018 - Xian, China

Het valt ons op dat er maar weinig westerse toeristen zijn in China. We waren in de veronderstelling dat het als bestemming in opkomst was, maar we zien zo weinig andere westerlingen dat er uitgebreid gegroet wordt op de momenten dat we elkaar wél tegenkomen. Het schijnt met het seizoen te maken te hebben, de meeste buitenlandse toeristen komen in april, mei, september en oktober naar China. 

Daar staat tegenover dat de Chinezen wel massaal op reis zijn. Begin juli was het nog rustig, maar nu zijn de schoolvakanties begonnen en is de hel losgebarsten. Een paar dagen geleden waren we in Zhangjiajie (niet proberen uit te spreken, deden wij ook niet), het surrealistische karstlandschap dat de inspiratiebron vormde voor de film Avatar. ’s Morgens namen we een taxi naar het nationale park. Het laatste deel stonden we tussen honderden bussen in de file. Vanaf de parkeerplaats liepen we tussen enorme horden opgewonden Chinezen naar de ingang. We stonden in de rij om een kaartje te kopen, daarna stonden we in de rij voor de X-ray scanner. Zoals meestal werd er flink voorgekropen maar zelfs beschaafde mensen als wij kwamen na enige tijd toch binnen. Na de bagagescan volgde een nieuwe rij. Ons kaartje werd weer gecontroleerd. Toen waren we eindelijk binnen maar wachtte ons een nieuwe verrassing. Op honderd meter afstand stond een aantal rijen van mensen die wachtten op bussen die naar verschillende plekken in het nationale park reden. De Chinezen renden naar de rijen, daarbij opgehitst door hun gidsen die luid door hun microfoons schreeuwden. Na een tijd in de zon te hebben gestaan te midden van dringende Chinezen lukte het ons eindelijk om ons in een bus te proppen. Geen idee waar de bus heen ging, we zouden wel zien. 

Na een half uur werden we gedropt op een punt waar men een lift naar een uitzichtpunt zou kunnen nemen. We gingen weer in een, uiteraard onrustige, rij staan. Eenmaal boven wachtte ons een gekkenhuis. Toeristen liepen opgewonden rond, souvenirverkopers prezen hun waar aan en gidsen schreeuwden hun groepen bij elkaar. Maar waar was het uitzicht? We moesten een tweede lift nemen. Opnieuw een rij, en toen we eindelijk aan de beurt waren bleken we geen kaartje voor de lift te hebben. Hadden we die apart moeten kopen? Ja. Waar? Beneden. Godver. We namen de lift weer naar beneden, gingen in de rij staan voor de tickets, vroegen ons af of China niet weer eens aan die 1-kindpolitiek moest beginnen, en kochten een kaartje. Daarna weer in de rij voor de eerste lift, boven nog even in de rij voor de tweede lift, en ruim twee uur nadat we uit de taxi stapten keken we eindelijk uit over het merkwaardige landschap met de vreemde rotspieken. Maar mooi was het wel. 

In 1974 begonnen een paar boeren in de buurt van de oude hoofdstad Xi’an te graven omdat ze een waterbron wilden aanleggen. Ze stuitten op scherven terracotta en waarschuwden de plaatselijke autoriteiten. Men begon de plek serieus te onderzoeken en ontdekte dat keizer Qin Shi Huang 2200 jaar geleden het idee had gekregen dat hij na zijn dood verder zou regeren. Omdat hij wel iets moest hebben om over te regeren liet hij door 700.000 werklieden (die 38 jaar voor hem werkten, tot aan zijn dood) een heel keizerrijk in terracotta maken. Hij maakte van alles en nog wat. Paard en wagens, vogels en wapens, maar het meest bekend werd zijn leger van 6000 soldaten. 

Nadat we met meneer Yang, een van de boeren die in 1974 de opgravingen had ontdekt, op de foto waren gegaan (waarbij het opviel dat meneer Yang veel meer belangstelling had voor Madelijn dan voor Ap) wandelden we naar de opgravingen zelf. De rijen om binnen te komen waren in vergelijking met Zhangjiajie beschaafd – zowel in aantal als in lengte – maar het terracottaleger staat inmiddels in een gigantische hal van 70 meter breed en 270 meter lang. En we wisten niet dat daar zo ongelofelijk veel Chinezen in pasten. Het was een pandemonium. 

Maar ook hier gold: mooi was het wel. Sterker nog, om oog in oog te staan met honderden 2200 jaar oude soldaten op ware grootte, allemaal verschillend, met individuele gezichtsuitdrukkingen, was een ongelofelijke ervaring. We snapten wel dat het er druk was. 

Dit moet iedereen zien. Het was het onbetwiste hoogtepunt van onze reis tot nu toe. 

Madelijn en Ap

Foto’s

6 Reacties

  1. Gonnie Strick-Vossen:
    18 juli 2018
    In 2008 zijn 15 beelden in Nederland tentoongesteld. Dat was al een hele belevenis.
  2. Jan strick:
    18 juli 2018
    Wij hebben geduld geleerd van de Aziaten. Maar als ik overal zo lang moest wachten had ik de hele 'dynastie' bij elkaar gegodvert....
  3. Floor Thomasse:
    18 juli 2018
    Foto's? ;-)
    Klinkt weer enerverend luitjes..
  4. Tonnie:
    18 juli 2018
    Lekker mals stukje...heeft die meneer Yang zijn waterbron nog ooit gevonden?
  5. Yuxi:
    19 juli 2018
    Visiting China during public holidays is a hell idea, to be honest. In most of the time one can see is people. But, it may be an strange experience, if not interesting, to foreign people.
  6. Madelijn en Ap:
    19 juli 2018
    Hi Yuxi, we actually quite enjoy it now. But yes, it was a bit of a shock at first. There are simply too many of you :)

Jouw reactie