The blowdryer that brought good fortune

4 juli 2018 - Xingping, China

Hong Kong is een verticale stad. Het eerste dat opvalt is dat men moet woekeren met ruimte. Alles moet de hoogte in. De dubbeldekkertrams zijn zo smal dat het lijkt alsof je ze om kan duwen. De wolkenkrabbers zijn iel en uit verhouding. Zelfs de lift in ons hotel toont dat de stad gewend is aan weinig ruimte. Boven het paneel met knopjes hangt een bordje met “Max. 10 personen” maar dat is een optimistische gedachte. Toen wij er samen in stonden met onze rugzakken was het liftje vol. Als we na de eerste dag onze foto’s bekijken zien we dat we meer staande dan liggende foto’s hebben genomen. 

Het heeft nadelen, zo merken we tijdens de wandeling op onze eerste dag. De stoepen zijn belachelijk smal, het stratenpatroon is onoverzichtelijk. Hong Kong is geen prettige stad om in te lopen. Afwisselend is het wel. We lopen eerst door een hipsterwijk die ook nog iets van haar vroegere sleaziness heeft behouden, daarna door het financiële centrum met zijn wolkenkrabbers en we eindigen in een drukke en geurige Chinese wijk rond de Man Mo tempel. Het Britse koloniale verleden is duidelijk zichtbaar, er rijden veel dubbeldekkers en de stad telt een opvallend aantal bakkertjes die cakejes verkopen voor bij de thee.

Na voortreffelijke eendenborst en buikspek gegeten te hebben in een restaurant dat wel wat interieuradvies had kunnen gebruiken, nemen we de metro naar het noorden om de tempel van de 10.000 Boeddha’s te bekijken. Als we uit de metro stappen begint het keihard te regenen. We sprinten 50 meter naar een warenhuis maar bij aankomst zijn we al behoorlijk nat. We kopen een paraplu en lopen dapper verder. We hebben geen zin om te schuilen in dat warenhuis—we zijn niet naar Azië gegaan om in een warenhuis te staan en bovendien stond de airconditioning er op min tien. Wel ontdekken we al snel dat onze paraplu’s erg klein zijn. Ze houden niets eens onze schouders droog, laat staan onze benen en schoenen. We gaan onder een boom staan bij de ingang naar de tempel, maar de boom begint al snel te druppen. Dan lopen we, steeds doorweekter, over een pad omhoog, over een begraafplaats—of eigenlijk een crematieplaats. We stijgen verder langs betonnen gebouwen waarin de as van duizenden gecremeerde Chinezen wordt bewaard. Er zijn veel bouwputten en overal ligt plastic en andere rotzooi. Ook passeren we een aantal narokende verbrandingsovens. In deze opwekkende omgeving zijn we op een gegeven moment verdwaald. Waar blijft die tempel? We zoeken verder maar als we helemaal doorweekt zijn geven we het op. We dalen weer af, en helemaal beneden ontdekken we dat we inderdaad het verkeerde pad hadden genomen. Het goede pad lag ernaast, maar we hadden het bordje over het hoofd gezien. 

In een niet meer heel zonnig humeur nemen we nu het goede pad. De regen is inmiddels veranderd in een miezer, maar voor ons komt het te laat. Geen draad op ons lichaam is nog droog. Het pad naar boven doet ons ondanks alle ellende toch glimlachen. Eerst zien we een bord dat ons waarschuwt voor nepmonniken die om aalmoezen vragen, daarna zien we aan weerszijden van het pad honderden levensgrote Boeddhabeelden. Ze ogen goedkoop, zijn ronduit lelijk en terwijl de beelden aan de linkerkant staan opgesteld tegen een bordeauxrode muur, worden de beelden rechts geflankeerd door uiterst decoratieve groene golfplaten. Het ziet er niet uit. Eenmaal boven blijkt de tempel een saai, rechthoekig betonnen gebouw. Het lijkt een tegenvaller, maar dan kijken we naar binnen. Alle muren zijn van boven tot onder bedekt met 13.000 identieke Boeddhabeeldjes die op planken zijn gezet. “No photo!!” zegt een bord, maar daar houden we ons niet aan omdat juist het schouwspel van de 13.000 Boeddhabeeldjes het enige fraaie is dat de tempel te bieden heeft. 

Eenmaal terug op onze hotelkamer kleden we ons rillend om en staren we gelaten naar alle natte troep. Niet alleen onze kleren zijn nat, maar ook onze schoenen, ons geld, onze reisgidsen, alles. Dan denken we terug aan onze vorige lange reis van vier jaar geleden. We begonnen in Darjeeling in India en ook die reis begon drijfnat. We spraken toen een man uit Delhi die ons aanraadde een haardroger te kopen om onze kleren mee te drogen. “A blowdryer will bring you good fortune,” zei hij letterlijk. Een zin om nooit te vergeten. We lopen de straat weer op en kopen in de eerste winkel die we tegenkomen een haardroger. De rest van de middag brengen we door met het ijverig föhnen van sokken, ondergoed, T-shirts, Hong Kong dollars en de Lonely Planet gids.

’s Avonds besluiten we de gederfde levensvreugde te compenseren met een etentje in Hutong, een restaurant met een Michelinster. De truffle infused abalone, steamed Hokkaido scallop with black garlic en de black truffle beef tenderloin fried with Yunnan mushrooms brengen ons weer een beetje op krachten.

Madelijn en Ap

Foto’s

8 Reacties

  1. Gonnie Strick-Vossen:
    4 juli 2018
    Dat is een fris begin!
  2. Simone:
    4 juli 2018
    Een verfrissend verhaal :-)
  3. Lin:
    4 juli 2018
    Haha erg leuk geschreven! Een spetterende opening van de reis. Hopelijk hebben jullie de föhn vanaf nu niet meer nodig.
  4. Floor Thomasse:
    4 juli 2018
    Ik kan dit niet aan.. %*# heerlijkheid! En even aftoppen met de ster. Jullie zijn misdadig. Maar ik verheug me nu al op de volgende blog :-)
  5. Teun:
    4 juli 2018
    je begint de reis met een blow job en een ster....
  6. Renske:
    5 juli 2018
    Truffle infused abalone..... I want that!!!!
  7. Shuang:
    5 juli 2018
    Interesting story :) The heavy rain was not a very nice experience though. Blowdryer saved the day!
  8. Michelle:
    6 juli 2018
    Oh sounds good!!! Ondanks de regen ;)
    haha tóch de Michelin ster :D En het beste dat je kunt doen in de regen is gewoon meer eten :)
    Nog 2 leuke tentjes die ik me kan herinneren: Dim Sum Square (jummie!), Din Tai Fung (geen leuke locatie wel lekker, goedkoop en ook een ster ;) En in Macau kun je ook goed eten haha!
    Staat Kowloon nog op de planning? Veel plezier!!!

Jouw reactie